logo

Bram. Een portret

Het verhaal van Bram. Een portret

Bram Brando

Ik ben gek op zwart-wit films van vroeger, op Hitchcock films en die films met Bogard, Simone Signoret, enfin noem maar op. Van die films waar fantastische acteurs in meespelen met van die karakteristieke koppen in prachtig uitgelichte beelden.
Als ik op straat loop zie ik soms mensen met hetzelfde soort karakteristieke koppen, met doorleefde gezichten die volgens mij zo in een zwart-wit klassieker geplaatst kunnen worden. Ook Bram is zo’n figuur.
Ik kwam hem op straat tegen, een reus van een kerel met een doorleefd gezicht en handen als kolenschoppen – en zo bleek later – van die typisch wijze uitspraken. Een stem als Marlon Brando in de “Godfather” hoorde ik toen ik Bram aansprak met de vraag of ik hem mocht portretteren. Na enige uitleg over het hoe en waarom, natuurlijk.

Bram stond er niet onwelwillend tegenover en zei “dat moeten we dan maar doen, jongen”. Ik meteen een afspraak gemaakt en op de bewuste datum naar het huis van Bram gereden. Dit samen met mijn Mamiya C330, het statief, de lichtmeter en de zwarte doek als achtergrond.
Bram was stukadoor en had niet slecht geboerd. Hij woonde in een bungalowachtige boerderij met daarachter een paar stallen waar hij varkens en wat ander vee hield voor de hobby en de diepvries.
Een fraaie BMW stond op het erf, maar Bram was een man van ‘doe maar gewoon’ en had dan ook verder niet veel voor zichzelf nodig.
Bram zat in de ruime bijkeuken aan de keukentafel toen ik binnen kwam. Eerst koffie, wat gepraat over en weer, naar de stallen, en toen mocht ik mijn gang gaan van Bram.

Bram ging op zijn vaste plek aan de keukentafel met het boerenkleedje zitten, stak een sigaar op en ging relaxt zitten kijken hoe ik het een en ander in stelling bracht. Om het zwarte doek goed te bevestigen in zo’n ruime en hoge bijkeuken kostte me de meeste tijd. Toen alles klaar was, zat Bram nog steeds in de voor hem relaxte houding. Ik had tijdens het plaatsen van de spullen al een paar keer goed gekeken wat nu de beste pose kon zijn om Bram op de plaat te zetten, maar die had Bram zelf al aangenomen, dus ik liet hem maar zo zitten.
Eerst het licht meten, opvallend natuurlijk, boven in het schuine dak zaten twee grote kunststofkoepels waar ik mooi gebruik van kon maken, op het matglas kijken, tijd en diafragma instellen en scherpstellen.

Bram zat nog steeds in dezelfde houding, het enige dat ik aan Bram vroeg was om een trek aan zijn sigaar te nemen en de rook langzaam uit te blazen, dat deed hij en “klik” ik had de plaat. Voor de zekerheid heb ik er nog vier geschoten met wat andere diafragma instellingen. Ik weet nog goed dat Bram zei ‘wat een troep sleep je mee voor eigenlijk “niets” bijzonders’.
Thuisgekomen, de film ontwikkeld. Toen stond ik al op een been want bij het zien van het negatief had ik de foto al op mijn netvlies. Een dag later werd dit in de doka bevestigd.
Bram was blij met zijn foto, een paar maanden later hing de foto bij de selectie van de “Wintersalon”, nu “Fotonationaal”. De foto verscheen in enkele nationale fotobladen en zelf ook nog in een Duits fotomagazine. Ik heb al die artikelen naar Bram gebracht, die daar natuurlijk reuze trots op was.

Enkele maanden later werd ik gebeld door de regionale televisie. Men had foto’s van mij zien hangen op een expositie, ze wilden wel eens weten wie die fotograaf was en of ik mee wilde werken aan een kleine documentaire van zo’n vijftien minuten. Enigszins overvallen zei ik ’ja‘ tegen ze. Men wilde mij ook filmen tijdens een van mijn fotosessies en of ik dat even kon regelen.
Een filmploeg van zo’n zeven mensen zou daarbij betrokken zijn om het een en ander op te nemen. Ik dacht meteen aan de keuken van Bram, die was ruim genoeg. Ik naar Bram, hij was ziek maar zei geen nee, maar het moest dan wel vlug gebeuren. Zijn bijkeuken stond vol mensen en apparatuur, een zee van licht scheen op zijn gezicht waarvan je toen al af kon lezen dat Bram niet lekker in zijn vel zat. Ik de boel weer opgesteld en gesimuleerd of ik echt aan het werk was.

Het is een mooie documentaire geworden, ook Bram heeft meteen een band van de documentaire gekregen. Eigenlijk was Bram de hoofdrolspeler in deze documentaire en dat verdiende hij ook.
Ook de filmmakers hadden meteen door wat ik al meteen had gezien, de reden waarom ik Bram had geportretteerd.
De bewuste avond dat het werd uitgezonden, zat Bram met zijn familie opgesteld voor de buis, zo heb ik later vernomen. Niet lang daarna was Bram er niet meer. Hoe triest ook, er is voor zijn familie in ieder gevql een prachtige herinnering achtergebleven, met deze documentaire over Bram, die ze steeds kunnen blijven koesteren.

Laatst is het portret van Bram op het “WWW” in een Duitse galerie geplaatst, dit heeft maar liefst meer dan 1000 hits in een paar dagen opgeleverd.
Ik weet zeker dat Bram inmiddels de hemelpoort ook een paar keer gestukadoord heeft en verder op zijn lauweren rust. Waarschijnlijk zou hij nu schuddebuikend van het lachen en genietend van zijn sigaartje met zijn “Marlon Brando” stem zeggen “hebben ze nu nog niet genoeg van die kop van mij”.

De foto is gemaakt in 1992 met een Mamiya C330+135mm F 5.6 Tijd 1/15 bij bestaand licht Film Tmax 400. ontw in de Tmax 1+4 Afgedrukt op Ilford MGFB1k in Amaloco ontwikkelaar.