De Winkel van Sinkel

 

In 1999 had ik al wat met ruiten, ruim voor die tijd al zelfs. Mijn foto’s van mensen in hun eigen interieur zijn zo ontstaan. Als ik ergens langs wandelde en je kon dwars door het huis naar de achtertuin kijken, deed ik dat ook. Wellicht wat brutaal, maar fotograferen is kijken en de kunst daar weer van is zien, en dat doe ik met mijn gevoel.
In de grotere steden in China kon ik het dus ook niet laten om door een aantal winkelruiten te kijken die mij opvielen. Het glas was niet altijd even schoon, de winkel was dat vaak ook niet.

 

Van Pekingeend tot slang, gedroogde insecten, runderpens en groene eieren

Bij deze winkel van Sinkel was bijna alles te koop. Van Pekingeend tot slang, gedroogde insecten, runderpens en groene eieren om maar wat op te noemen. Het zou mij niet verbazen als ook hond op voorraad was.
Ik heb dat eens een tijdje aangekeken. Ik kwam thuis uit een slagerij waar je eerst een paar ton moest investeren, wilde je een stukje vlees kunnen verkopen vanuit een ultra moderne gekoelde toonbank.
In China keek men niet zo precies. Wel een muts op om eventueel hoofdhaar en roos te vermijden op wat daar lag uitgestald. Een redelijk schone witte jas en zelfs zwarte rubberhandschoenen; het oog wil ook wat tenslotte.

 

Een vriendelijk woord van pas brengt geld in de kas

Ik heb geleerd in mijn jonge jaren als bediende: ”Een vriendelijk woord van pas brengt geld in de kas”.
Dat was bij die Chinese verkopers nou net niet te vinden, ik heb het allemaal gezien. Kwam er een klant, dan vertrok men geen spier, men handelde het af, pakte in wat werd besteld en dan maar weer achterover leunen en naar buiten kijken.
Zo kwam ik eens een snoepwinkel binnen waar de verkoopster met haar hoofd op de toonbank lag te slapen. “Heel gewoon hier”, vertelde mijn schoonzus met wie ik de reis maakte, “moet je maar aan wennen”. “Er is totaal geen interesse in wat ze doen, ze moeten daar staan en betaald krijgen ze amper. Het zijn staatswinkels”.

 

Of ze komen of niet, het zal ze worst zijn

Enfin, die eetwinkel van Sinkel, waar van alles wat eetbaar was te koop lag, zal ook wel een staatswinkel geweest zijn. Dan zeem je niet de ramen. Je trekt je hygiënische uniform aan, zo lijkt het toch nog heel wat, en wacht op je landgenoten. Of ze komen of niet, het zal je worst zijn. Ach, het blijft ook allemaal wat langer goed daar natuurlijk.