logo

Portretten met een ziel

Helena Jansz, december 2010
Artikel in Camera Magazine (Uitgeverij Jansz Media) bij de verschijning van het fotoboek Timeless van Willem Wernsen.

Willem Wernsen, de man van de tijdloze foto’s

Bekend om zijn portretten, besproken om zijn fijnzinnigheid en geprezen om zijn betrokkenheid. Fotograaf Willem Wernsen, de man die het juiste moment aanvoelt. ‘Ik heb de foto al gezien vóórdat ik hem gemaakt heb.’
‘Timeless’ is Willems tweede boek en opgedragen aan zijn in 2009 overleden vrouw Margareth.
‘Je maakt tijdloze foto’s,’ zei ze altijd tegen hem. Margareth was zijn klankbord, keek over zijn schouder mee, had een goede kijk op zijn kunst en heeft hem altijd gestimuleerd. Zij was het die zijn nieuwste foto als eerste zag. Margareth deelde zijn liefde voor de fotografie en het was haar wens dat hij nog een boek zou maken, nadat zij overleden was. En zo is het gegaan.

Dit boek ‘Timeless’ beslaat een periode van zeven jaar: 2003 – 2010. Een periode waarin Willem minder heeft kunnen fotograferen door zijn ziekte, maar waarin zijn ontwikkeling vooruit is gegaan.
De foto’s zijn intenser, ze ademen. Zijn ontwikkeling is belangrijk voor hem. ‘Als je jezelf gaat herhalen, wordt het een maniertje.’ Zijn fotografie komt voort uit zijn liefde voor de gewone mens.
Zijn allereerste foto’s maakte Willem van mensen die hij op straat zag. In deze periode verdiende hij zijn geld in de slagerij en later als marktmeester op de markt. Deze ogenschijnlijk ongedwongen plekken hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn talent en hebben hem gevormd.

De foto’s in dit boek zijn een selectie uit reizen naar onder andere Istanboel, New York, Parijs en dichter bij huis. Zowel portretten als straatfotografie. Naast de portretten zijn er ook een aantal ‘snapshots’ opgenomen, foto’s die ‘en passant’ gefotografeerd zijn. Ook deze vorm van fotografie weet Willem iets extra’s te geven. ‘Het is mooi als er een bepaald, een onverwacht, moment plaatsvindt, dat is het spannende ervan.’
Met een van zijn dochters ging hij naar New York. Bij speelgoedconcern Toys”R”Us, heft een vrouw net haar hoofd op boven een aantal poppen. Een onvoorspelbaar moment, maar Willem heeft al geschoten.
Men zegt wel dat hij een zesde zintuig heeft. ‘Ik heb de foto al gezien voordat ik hem heb gemaakt.’

Zijn eerste – inmiddels uitverkochte – boek Beautiful People toont een selectie foto’s waarin de puurheid en eigenheid van de geportretteerde naar voren komen. Er is geen franje en het directe contact tussen hem en zijn onderwerp is voelbaar. Er is geen zweem van terughoudendheid bij de gefotografeerde, alleen vertrouwen en overgave.

In ‘Timeless’ gaat Willems ontwikkeling een stap verder, in de puurheid zit een verdieping, een subtiel verborgen intentie ligt als een onzichtbaar laagje over de foto’s heen.
Hoe doet hij dat? Het is een raadsel. Hoe krijgt hij deze persoon, die op een willekeurig moment in zijn of haar leven wordt aangesproken, zo spontaan in beeld?

Willems portretten hebben drie opvallende kenmerken: zwart-wit, vierkant en een natuurlijke verlichting.
Over zijn voorliefde voor zwart-wit zegt hij het volgende: ‘Zwart-wit is tijdloos, het dringt dieper tot de essentie van het beeld door.’
Het formaat stamt uit de tijd dat Willem met een 6×6 camera werkte. ‘Met mijn Mamiya’s,’ zegt hij op een manier waarin een zweem van heimwee verborgen ligt. ‘Ik kijk altijd met een fotografisch oog, meestal vierkant,’ voegt hij er aan toe. ‘Ik werk nog steeds vierkant. Sommige mensen zeggen dat je het hele beeld moet gebruiken. Ik niet, wat ik niet nodig heb, snij ik gewoon weg, daar wind ik geen doekjes om.’
Zijn verlichting is altijd natuurlijk. ‘Soms open ik een gordijn of vitrage of misschien brandt er ergens een lampje dat net die extra lichtval geeft.
Een aantal portretten in ‘Beautiful People’ heb ik buiten gemaakt. Ik had een zwart doek op de markt gekocht en dat gooide ik dan ergens over heen, een waslijn bijvoorbeeld.’

Veel van zijn foto’s zijn voortgekomen uit ontmoetingen op straat en Willem vertelt hoe hij aan zijn contacten komt. ‘Het zijn vaak heel korte ontmoetingen. Om contact te maken kijk ik de persoon aan. Op de een of andere manier klikt het en dan vraag ik of ik mag fotograferen.’ Hij stelt daarin wel zijn grenzen, want voorop staat dat de ander in zijn waarde blijft, de eigenheid behoudt waardoor hij opviel.
Willem heeft veel met mensen gewerkt en is gewend ze aan te spreken. Hij geeft er een voorbeeld van. ‘Een man in de fietsenstalling ging op een dag vol van geluk met een grote bos bloemen naar huis. Hij bleek veertig jaar getrouwd te zijn. Ik feliciteerde hem en maakte een grapje.’
Willem schetst de situatie met warmte in zijn stem en het is alsof hij het weer voor zich ziet. Spontaan werd hij vervolgens uitgenodigd en later maakte hij een schitterend portret van het stel bij hen thuis.

‘Ik ben altijd een mensenfotograaf geweest. Ik heb me op één onderwerp gestort en dat heb ik tot op de bodem geprobeerd uit te spitten. Ik heb de bodem nog niet bereikt, maar er wel al veel uit kunnen halen. Als je je specialiseert in één ding, kun je dieper gaan. Er komt dan meer bovendrijven dan wanneer je je met verschillende onderwerpen bezighoudt.’
Hij gunt zichzelf een adempauze en voegt er aan toe: ‘Dat kan ook heel plezierig zijn, maar dan ben je met teveel tegelijk bezig. Je verdiept je niet en dat is wat ik belangrijk vind.’ Willem laat zich niet afleiden, hij blijft bij zijn onderwerp en daar ligt zijn kracht!

‘Timeless’ heeft een andere formule gekregen dan ‘Beautiful People’. Waren de foto’s in het eerste boek nog ingedeeld per land, nu staat alles door elkaar. New York naast Istanboel en een portret uit de koffieshop naast een portret van een spelend kind. Hierdoor krijg je meer afwisseling en kijkt het prettiger. Hij staat op en laat het zien.

Eerst moeten er dozen, die de afmeting hebben van een paar herenlaarzen, aan de kant. Er blijken talloze doosjes met pillen in te zitten. ‘Ik slik verschillende medicijnen per dag,’ zegt hij. De doos balanceert gevaarlijk op de rugleuning van een stoel. Willem legt steeds twee foto’s naast elkaar en het wordt duidelijk wat hij bedoelt. Door deze keuze te maken komt er meer dynamiek in het geheel.
‘Kijken doe je met je ogen en zien met je gevoel,’ benadrukt hij en dat geldt niet alleen tijdens het maken van de foto, maar ook tijdens de selectie. Deze heeft hij samen met een goede vriend gedaan. De afdrukken die hij laat zien, zien er uit alsof ze uit de ‘natte doka’ komen, zoals Willem het noemt, maar zijn geprint op barietpapier met K3-inkt en uit de Epson-printer gerold die boven op zijn werkkamer staat.
‘Deze is in Antwerpen gemaakt.’ Vijf mannen met een hoed op, één ervan kijkt nieuwsgierig achterom in de lens. ‘Ik zag de uitsnede al voor me, nog voordat de foto genomen was.’

‘Ik ben begonnen met het scannen van mijn zwart-wit negatieven.’ Willem heeft nog lang analoog gewerkt. De beginperiode van het digitale tijdperk heeft hij overgeslagen. ‘Ik ben er pas ingestapt toen ik zeker wist dat ik met digitaal dezelfde afdrukkwaliteit zou kunnen halen als met analoog,’ legt hij uit.
Later ontdekte hij dat het werken met de digitale camera en de computer veel voordelen heeft. Het staan boven de vloeistofbakken terwijl zijn hoofd en nek naar voren hingen ging door de reuma in zijn wervels niet meer, net als het inspoelen van de films waarbij zijn handen verkrampten.
De digitale ontwikkeling draagt bij aan het kunnen continueren van zijn kunst. Willem fotografeert met zijn digitale camera in kleur en zet de beelden pas later om naar zwart-wit. Het is mogelijk de camera in te stellen op zwart-wit en misschien logisch voor een fotograaf die uitsluitend in zwart-wit fotografeert. ‘Je verliest veel beeldinformatie. Met kleur beschik je over meer tinten, meer mogelijkheden die belangrijk zijn tijdens de nabewerking van de foto.’
Tijdens de bewerking verschijnen zijn foto’s dus in kleur op het beeldscherm. Dat is anders dan hij gewend was in zijn natte doka.

Willem is blij met de digitale ontwikkelingen, want die bieden vele voordelen, maar hij idealiseert ze niet. Met klem benadrukt hij: ‘Het is een hulpmiddel. Een treffende foto die bijvoorbeeld met een schoenendoos met een gaatje erin gemaakt is, heeft voor mij net zoveel waarde als een foto die met een camera van duizend euro gemaakt is. Het gaat uiteindelijk om het beeld, dát moet spreken!’

Hij haalt een voorbeeld uit de doka aan: ‘Sommige mensen lachen me er om uit,’ zegt hij serieus, ‘maar een techniek zoals doordrukken en tegenhouden, het wapperen met je handen onder de vergroter moet je een keer gedaan hebben.’ Hij is er absoluut voorstander van om op fotografieopleidingen ook de analoge techniek te leren. ‘Geef studenten een analoge camera, een film en stuur ze de doka in. Leer ze hoe je een film moet ontwikkelen. Je ziet dan wat er gebeurt. Dat is de basis en die moet je een keer gezien en meegemaakt hebben.’
Zijn doka heeft hij nog steeds. De oude vertrouwde vergroter staat er en aan een lijntje hangen zwart-wit negatieven en het is er al net zo vol als beneden. ‘Sommige mensen vragen me hoe ik hier kan werken, maar ik voel me erin thuis.’

‘Een foto aan de muur is mooi, een foto op internet is mooi, maar een boek is de droom van iedere fotograaf,’ zegt Willem en ineens komt de slager uit een ver verleden om de hoek kijken: ‘Met een boek heb je vlees in handen,’ benadrukt hij. ‘Een boek is tastbaar.’
In zijn huis liggen overal fotoboeken. Willem kijkt zelf veel naar andere fotografen, bestudeert ze. Hij houdt vooral van portretfotografie. ‘Kees Scherer, een Nederlandse fotograaf, is misschien niet zo bekend, maar maakte prachtige foto’s,’ zegt hij met bewondering.
Willem is vooral geïnteresseerd in portretfotografen. Tot zijn voorbeelden behoren de klassiekers: Cartier Bresson, Diane Arbus, Ed van der Elsken en eigentijdse Belgische fotografen zoals Stephan Vanfleteren en Carl de Keyzer. Ook houdt hij veel van oude zwart-wit films met Humphrey Bogard en van de Italiaanse meester Federico Fellini. ‘Die oude beelden boeien me. Soms zet ik de film stil om de scène te bestuderen. Dan kijk ik hoe het licht valt en hoe hij is opgebouwd. Daar leer je van.’

Veel foto’s van hetzelfde onderwerp maakt Willem niet. ‘Eén, twee, soms drie. Meer is helemaal niet nodig,’ zegt hij met nadruk. ‘Je kunt zien of de foto er goed op staat, of hij de juiste uitstraling heeft. Ik fotografeer veelal met een heel klein cameraatje. Een Lumix, Panasonic GF1 met een 20 mm/f1.7 (40 mm in kleinbeeld) lens, dan kan ik tot zeker ISO 800, of iets hoger, alles vrijwel ruisloos fotograferen.’
Hij voegt hier nog een belangrijk detail aan toe: ‘Heel af en toe gebruik ik een invulflits.’ Willem demonstreert. ‘Je noemt dat bouncen,’ zegt hij. ‘Je richt je flitser onder een bepaalde hoek naar het plafond en dan heb je nét dat extra licht om bijvoorbeeld de ogen op te lichten. Het voordeel van een kleine camera is dat je niet wordt aangezien voor een professional. Dit opent meer het contact met mensen dan een grote spiegelreflex met zo’n toeter er op,’ legt hij uit.
De tas waarin zijn apparatuur gaat is compact, licht en praktisch.

Vier maanden nadat zijn vrouw is overleden is Willem met de fotogroep Delta F naar Istanboel geweest. ‘De jongens dachten dat het me goed zou doen er een paar dagen tussenuit te gaan en dat was ook zo.’
Delta F is een groep professionele fotografen die meer dan twintig jaar bij elkaar komt en een hechte vriendenkring vormt. Eén keer in de twee jaar doet het collectief mee aan het fotofestival in Naarden. Dan hangen de foto’s in dit mooie vestingstadje in de buitenlucht.
Zijn vrienden van de fotogroep Delta F zijn, naast het contact, ook belangrijk als graadmeter. De groep komt regelmatig samen om elkaars foto’s te bespreken. ‘Als ik een foto laat zien komen er reacties, maar ik ga daar niet meteen mee aan de gang. Eerst gaat de besproken foto een week of drie op de tafel en kijk ik er naar. Daarna beslis ik of er iets veranderd moet worden, er bijvoorbeeld meer contrast in moet komen of er nog een gedeelte moet worden doorgedrukt.’

Een kleine pauze volgt, en Willem stapt over op een ander, delicaat, onderwerp waar hij zonder schroom over praat. ‘Ik moet vooral kijken hoe het fysiek met me gaat. Wat ik nog aankan. Het hoofd wil wel, maar het lichaam wordt steeds minder. Dat beperkt je ook in de fotografie.’
Eén of twee keer per week verplaatst hij zich met de scootmobiel door de stad en is de koffieshop zijn rusthonk. ‘Ik hou ervan een babbeltje te maken, ik ben een echt mensenmens en het is er heel gezellig. Ik maak er een praatje, drink een kop koffie en schiet af en toe een foto. Niet altijd. Ik laat de camera ook vaak thuis, omdat ik niet de indruk wil wekken dat ik alleen kom om te fotograferen.’

Willem straalt rust uit en zit rechtop in zijn stoel. Hij is een grote man en de stoel is ook groot en breed. Een koning op zijn troon en zijn bescheidenheid siert hem. ‘Fotograferen om bekend te worden lukt niet,’ zegt hij. ‘Ik heb niet bewust voor het succes gekozen, ik fotografeer vanuit mijn borstkas. Als het opgepakt wordt of tot enig succes leidt, is dat mooi meegenomen. Succes is relatief, je geniet er van, maar dan ga je naar het volgende, ga je weer vooruit.’