logo

Trui. Een portret

Het verhaal van Trui, een portret

Het verhaal van Trui

Het verhaal achter de foto van Trui begint voor en achter de toonbank van de slagerij.
Er komt een vrouw de winkel in die vraagt om een supermalse biefstuk voor een jarige tante die 78 geworden is en al 70 jaar in haar huisje woont. Koren voor mijn oren natuurlijk, dus ik meng mij in het gesprek en van het een komt het ander …
Je raad het al. Of ik mocht …… En jawel, ze ging dat voor mij regelen, met een dag was het voor elkaar.

Trui zat al voor het raam, ze woonde in een rijtje van zes onbewoonbaar verklaarde woninkjes in een afbraakbuurt. Twee woninkjes waren nog in gebruik, een van Trui en de andere van een paar dames die ook voor de ramen zaten, maar dan met andere bedoelingen.
Trui woonde daar bijna al haar hele leven, eerst met haar ouders en later met een broer die vrijgezel was en tot zijn dood ook in dat huisje woonde.

Het was een klein huisje, waar in al die jaren niets aan gedaan was. Het behang op de muren was nog van dat fluwelen behang met zo’n koord aan de bovenkant. Drie kamertjes, woonkamer, slaapkamer, klein kamertje boven en een keuken.
Dat allemaal in de stijl van dik voor de oorlog en vol met antiek. In de slaapkamer was nog een bedstee, maar daar kon Trui (stijf geworden door reuma) niet meer uit komen, dus was er een bed in de kamer geplaatst. Het toilet stond buiten, maar er was geen achterom.

Trui was blij met mijn komst en kletste wat af, een echte buurtkrant. Of ik koffie moest, vroeg ze,. Dat wilde ik wel. Ze pakte een fles met van die door haar zelf gemaakte koffie-extract (voor een week of twee), goot er gekookte melk op, koek erbij en kletsen maar. De koffie was zo sterk dat ik een week maagtabletten heb gebruikt om weer klachtenvrij te worden.
Vooral de buren daar moest ze niets van hebben. Het stond Trui helemaal niet aan wat die dames daar deden. Ze leefde, ondanks haar leeftijd, op voet van oorlog met de bewoonsters van het hoekpand.

Trui kon natuurlijk goed zien wie bij de dames zoal op bezoek kwamen. Dan liep ze met haar kromme knieën naar de keuken, klom via een klein trapje op het aanrecht en riep door het bovenluikje naar de heren die achterom kwamen “viezerd, weet je vrouw dat wel”. Daar waren de dames natuurlijk niet zo van gediend.

Dat is echt gebeurd, geen woord van gelogen.
Maar ik wilde natuurlijk een foto maken en kapte daarom het gesprek vriendelijk af.
Trui ging op de rand van haar bed zitten, in een oogopslag zag ik dat dat de plaat moest worden. Statief opgesteld, Mamiya C330 er op, 400 film erin en licht meten. Er was niet veel licht, enkel een klein raampje waar, door de vitrage heen, het licht naar binnen viel. Een lange belichting 1/8 bij F4.5.

Trui kon aardig stil zitten alleen haar hand trilde iets.

Ik fotografeerde toen nog niet zo lang en deed nogal wat op de gok, maar na het ontwikkelen van de film zag ik dat ik toch goed was en ben ik meteen gaan afdrukken op MG/FB. Daar was de plaat van Trui, ik was er zo trots op als een aap met zeven….

Een week later bracht ik de foto naar Trui.

Of ik nog koffie wilde, niet dus, dan maar wat fris en ze liep naar een kast met glaswerk om een glas te pakken. Ze had een jurk aan die van haar moeder was geweest. In die jurk zaten bijna dezelfde patronen als het behang. Ik naar de auto gerend, de camera weer op het statief gezet, licht gemeten en Trui voor de kast met het portret van haar moeder gezet.
Ik kon het niet laten om ook deze plaat te schieten.
Trui vond de foto wel mooi, maar zich zelf niet.

Enfin, Trui is er al lang niet meer, de huisjes ook niet, maar gelukkig de foto’s met een mijns inziens documentaire en historische waarde wel.
Goed bewaren dus, voor het nageslacht.